Inleiding
Wie zijn wij? Wat hebben wij, oud-leerlingen, gemeen?
Deze vragen werden door onze Europese Confederatie kritisch en systematisch
behandeld en dit mondde uit in een waarachtige groepsreflectie. Op zoek naar
onze gemeenschappelijke kenmerken doken in hoofdzaak verschillen op.
Sommige, zoals taal en cultuur, werden snel onderkend en overbrugd, maar
tegelijk ontdekten we dat dezelfde woorden vaak een verschillende duiding
hebben. De verschillen in benadering waren het moeilijkste te herkennen en
te behandelen.
Om al deze moeilijkheden te overwinnen en tot een consensus te komen, moest de luisterbereidheid vergroot en het persoonlijke inzicht enigszins gerelativeerd worden. Naargelang deze intense maar moeizame zoektocht vorderde, vonden wij meer en meer wat en hoeveel ons samenbindt. Deze "ignatiaanse spiritualiteit" wordt de leidraad van de komende activiteiten en initiatieven.
De Europese Confederatie hoopt in de hiernavolgende tekst deze groepsreflectie goed te hebben weergegeven. Al zijn wij ons ten volle bewust van het "hic et nunc" van deze tekst, toch brengen we dit document als een dynamisch proces, een aanzet tot persoonlijke reflectie. Hij moge bij de lezer overkomen als een oproep, die inspireert tot een zelfgave in dienstbaarheid.
Deze tekst zal deel uitmaken van ons werkprogramma tijdens ons volgend Europees Congres in Malta in november 2001. Ik hoop je daar te ontmoeten.
In naam van de volledige ploeg:
Louis Cooreman, Voorzitter van de Europese Confederatie van oud-leerlingen
van jezuïetencolleges
tel +32(0)52 45 09 04 - E-mail
Louis.Cooreman@cobonet.be
1 : De Europese Confederatie van Oud-Leerlingen van Jezuïetenscholen
2 : Onze leuze: "en todo amar y servir"
3 : Verleden, heden en toekomst
4 : Toelichting
1. De Europese Confederatie van Oud-Leerlingen van Jezuïetenscholen
1.1 Tijdens het laatste Europees Congres voor oud-leerlingen van jezuïetenscholen, in 1996 gehouden in Oxford, werd overeengekomen dat de Europese Confederatie een bezinningsperiode zou inlassen vooraleer een nieuw congres samen te roepen. Deze bezinning zou een antwoord moeten bieden aan volgende fundamentele vragen: Waar staan wij in deze tijd met onze vereniging? Waar willen wij heen? Kunnen wij een oproep richten tot onze leden en bestaat er zoiets als een collectieve uitdaging naar de maatschappij van morgen?
1.2 Wat volgt in dit gebalde document is de vrucht van deze bezinning: met gepaste bescheidenheid richten wij deze oproep en deze uitdaging tot alle aangesloten verenigingen van onze confederatie en nodigen ook alle oud-leerlingen uit het persoonlijk te verwerken.
1.3 Tot wie richt zich de Confederatie? Tot alle oud-leerlingen, jongens en meisjes, van jezuïetenscholen, tot hun ouders, de leerkrachten en tot allen die op de een of andere manier banden hadden of hebben met leden van deze instituten of van de Sociëteit van Jezus. Jong en oud, allen zijn welkom.
1.4 Wat beoogt zij ?
1.5 Hoe wil ze dit bereiken?
1.6 Hoe bereikt zij haar doelstelling?
2. Onze leuze: "en todo amar y servir"
2.1 Als vrucht van drie jaar reflexie (1997-2000) kozen we als kenspreuk voor onze werking dit woord van Ignatius van Loyola: "En todo amar y servir". In alles liefhebben en dienen. Wij koesteren de ambitie om deze woorden in de praktijk om te zetten en daarvoor rekenen wij op uw steun en ideeën.
2.2 Wij komen uit verschillende landen en ook onze ervaringen zijn verscheiden. Dit houdt in dat de behoefte om onze ambitie, onze hoop en bezorgdheid met anderen te delen op verschillende manieren kan benaderd worden: sommigen zullen ontegensprekelijk hun inspiratie vinden in de beleving van hun christen-zijn; voor anderen is het vertrekpunt minder afgetekend om zin en verband te vinden in wat zij ervaren als een mengeling van overtuiging en verwarring, van welslagen en angst, die zo karakteristiek zijn voor een groot deel van de Europese maatschappij. Een meer algemene uitdaging zou ook kunnen zijn: het nastreven van de harmonie tussen de verschillende culturen.
2.3 Wat ook het vertrekpunt moge zijn, onze kennis en ervaring bindt ons aan de Sociëteit van Jezus. Een hypotetische binding, heel zeker, maar door hiervoor te kiezen, zal ze vruchten afwerpen en efficiënter worden, daarbij steunend op wat de ervaring en traditie van de Sociëteit van Jezus aan meerwaarde te bieden heeft.
2.4 Vandaag de dag, in Europa, dragen leken de verantwoordelijkheid in talrijke werken van de Sociëteit, voornamelijk in het onderwijs. Toch is het niet onze bedoeling om precies dezelfde rol te spelen als de Sociëteit, maar om als leken, geïnspireerd door de geestelijke traditie van Ignatius van Loyola, allerlei initiatieven te nemen en te ondersteunen.
2.5 Ons Europees netwerk van oud-leerlingen wil meer zijn dan een louter formele groepering en wij zouden al onze verenigingen en leden willen aansporen om mekaar te helpen bij het zoeken naar wegen en middelen die er toe leiden onze verantwoordelijkheid op te nemen in een geseculariseerde wereld. Of we daarbij gelovig zijn of niet-gelovig, praktiserende christen of niet, allemaal kunnen we fundamentele waarden erkennen in het Evangelie. Wij weten dat de Sociëteit van Jezus publiekelijk en categoriek er voor gekozen heeft ons te helpen in onze missie als leken. Ze kan ons helpen om met meer toeleg deze waarden te beleven en ons de volle rijkdom van haar spiritualiteit te laten ontdekken, zoals eerbied voor ieders vrijheid, de onderscheiding, het engagement, het nastreven van het steeds hogere doel (cfr. 'magis, ad maiorem Dei gloriam, ad maiora natus sum'…). In dit alles zijn wij bezorgd voor ieders lief en leed. En in de aktie voor en met anderen getuigen wij, naast een groot vertrouwen in de mens, voor een gezond realisme, de smaak voor het goed uitgevoerde werk, het vermogen tot verrukking, de zin voor het feest en voor het onbaatzuchtige
2.6 Vaak ontbreekt het ons aan woorden, methode en vormen om de ignatiaanse traditie gestalte te geven in een gelaïciseerde omgeving. Anderzijds heeft onze organisatie heel wat ervaring wanneer het er op aankomt acties te ondernemen. Her en der in Europa kiezen sommige leden en van onze "doe-groepen" de weg der persoonlijke vorming, anderen zien het meer in humanitaire projecten. Het staat iedereen vrij naar eigen mogelijkheden zijn keuze te maken: totaal verschillende ervaringen zullen verrijkend zijn voor alle partijen. Wat we zeker gemeen hebben, is ons verlangen om de uitstraling te zijn van een Blijde Boodschap, waaruit een rotsvast geloof blijkt in de menselijke waardigheid. Een geloof dat ons kan uitnodigen tot de gave van onszelf.
2.7 Misschien rijst hier de vraag: Kan een niet-overtuigde gelovige deze visie wel delen? Ons antwoord luidt ongetwijfeld: heel zeker! Al komen in Europa de meesten onder ons uit praktizerende christelijke families en zijn velen zelfs actief binnen het kerk-gebeuren, toch zijn er vele anderen voor wie deze ver-bondenheid minder duidelijk is en nog anderen hebben zelfs afgehaakt. Op voorwaarde dat men te goeder trouw is, niet gesloten voor de geest van het Evangelie en geen bezwaar ziet in het feit dat onze organisatie aanleunt bij de Kerk, lijkt samenwerking volkomen mogelijk, en zelfs wenselijk en noodzakelijk. Voor iemand die meer wil te weten komen over de methode van Ignatius van Loyola om te leren bidden en te onderscheiden, kan de organisatie bijdragen om het inzicht te verwerven hoe het geloof kan inwerken in het leven van elke dag.
Zo draagt ze haar steentje bij en neemt de deel aan de zending:
"Het Rijk Gods is midden onder u"
(Lucas, 17, 21).
3. Verleden, heden en toekomst
3.1 Het waren vooral de huidige Pater Generaal, Peter-Hans Kolvenbach, en zijn voorganger, Pater Pedro Arrupe, die de oud-leerlingen en hun verenigingen tot de meest recente initiatieven hebben aangespoord. Initiatieven die in de resoluties van de Algemene Congregatie, in 1994 te Rome gehouden, door de hele Sociëteit werden opgenomen.
3.2 Het Directie Comité van de Europese Confederatie, met vertegenwoordigers uit België, Duitsland, Frankrijk, Groot-Britannië, Ierland, Italië, Malta, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Spanje, komt regelmatig samen. Het aantal zal nog toenemen door de komst van oud-leerlingen uit heropende colleges in Hongarije, Litauen en Polen. Op haar beurt maakt de Europese Confederatie deel uit van de Wereldfederatie.
3.3 De Europese Confederatie organiseert ook regelmatig een congres. Het laatste ging door in Oxford in 1996 en het eerstvolgende is gepland in 2001 op Malta. Een wereldcongres is dan weer voorzien in 2003 in Calcutta (India).
3.4 Hierbij vindt u voorbeelden van projecten en initiatieven die, met hetzelfde doel voor ogen, in verschillende Europese landen werden genomen.
2. Op het professionele vlak: bijvoorbeeld:
* uitwisseling van documenten over ethiek in de zakenwereld, de bio-ethiek enz..
* voorlichtingsdagen over beroepen voor de allerjongste leerlingen
* deelname in de Raad van Bestuur van jezuïetenscholen
* vertegenwoordiging bij Europese organisaties3. Wat de dienstverlening betreft, bijvoorbeeld:
* aanvoer van schooluitrusting en didactisch materiaal en vormingsdagen in Litouwen. (GB)
* hulp bij de vluchtelingen uit Albanië (It) en Croatië (GB)
* engagement voor één jaar voor jongeren, in hun geboortestreek of in het buitenland (GB)
* De "Arrupe Dollar"-actie, op gang gebracht door de Wereldfederatie (Arrupe Foundation); en de uitwisselingsprogrammas met landen in ontwikkeling.
* hulpacties tijdens de Balkan-oorlog of deelname aan de heropbouw in landen van oost-Europa (B. Fr. GB)
* projecten met het oog op een meer rechtschapen maatschappij in eigen land of in het buitenland
* projecten die de harmonie willen herstellen tussen de kerken en de wereldreligies.
3.5 Tenslotte dit. De Europese Confederatie stelt met genoegen vast hoe
oud-leerlingen, al of niet aangesloten bij hun vereniging of de federatie,
zich inzetten voor de Kerk, de maatschappij en hun land, met in hart en geest
het verlangen daadwerkelijk en steeds meer plichtsbewuste, meevoelende en
competente mannen en vrouwen te zijn. Allen die dit ideaal willen nastreven,
kunnen rekenen op haar steun om deze menselijke opdracht te realiseren, en
allen die zich reeds als overtuigde en geëngageerde christenen wisten te
profileren, zal zij bijstaan in hun roeping "kinderen van God" te
zijn in het spoor van Jezus Christus.
4. Toelichting
4.1 Volgens haar statuten bestaat de Europese Confederatie uit:
4.2 Samenkomsten:
4.3 Wij weten dat er een grote verscheidenheid bestaat in de samenwerkingsvormen in deze vereniging doorheen Europa. Daarom kozen we voor een gemeenschappelijke term "doe-groepen" ("centres d'action") wanneer we al deze groepen bedoelen: zij het individuen, lokale of nationale verenigingen, nationale stichtingen of gelijk welke vorm van samenwerking.